De nachtmerrie heet Qurius
Gepubliceerd op: 04-10-2012
Het dossier Qurius behandelt de rampspoedige gang van zaken bij deze beursgenoteerde automatiseerder sinds 2010 en is een business case van hoe een onderneming in ernstige moeilijkheden kan raken. In 2008 haalde Qurius nog een omzet van €140 miljoen. Nu is het op jaarbasis ongeveer €46 miljoen waar het Franse Prodware maar anderhalf miljoen euro voor wil betalen.
Het bestuur en de commissarissen van Qurius uit Zaltbommel zijn opnieuw in moeilijkheden geraakt. Nu geven zij de schuld aan Prodware, de Franse branchegenoot en aandeelhouder van Qurius zelf, die zijn bod van 31 juli op de resterende belangen in Qurius niet wil nakomen. Prodware wil geen €7 miljoen in aandelen meer betalen maar het bedrag eenzijdig en substantieel verlagen. Naar verluidt wil Prodware nog maar €1,5 miljoen in aandelen Prodware betalen.
Qurius neemt hier geen genoegen mee en wil een week uittrekken om Prodware tot een hoger bod te brengen en doet dat in nauw overleg met huisbankier NIBC die de kredietovereenkomst niet wil verlengen. Ook nodigt Qurius nu andere partijen weer uit om een bod te doen. Dat is in strijd met eerder ingezet beleid. Het aandeel van Qurius is sinds eind juli al weggezakt van 9 eurocent naar bijna 3 eurocent. Beleggers taxeren de waarde dan op €3,8 miljoen. In die tijd is het aandeel Prodware juist gestegen van €7,36 naar €8,80.
CEO Leen Zevenbergen en voorzitter Lucas Brentjens (ex Exact) van de Raad van Commissarissen zitten nu met de handen in het haar als gevolg van een scherpe koerswijziging begin dit jaar die zijzelf veroorzaakt hebben.
Qurius heeft de activiteiten in Duitsland en Engeland al aan Prodware verkocht en hield 30 augustus een aandeelhoudersvergadering om een en ander toe te lichten. Zevenbergen schrijft de crisis in 2012 toe aan het wegvallen van cash in het voorjaar wat het bedrijf in acute financiele problemen bracht. Hij heeft niet voorzien dat bepaalde (Duitse? ) klanten niet zouden betalen en zat niet dicht genoeg op de bal. Brentjens zet uiteen dat na de verkoop van de Britse en Duitse activiteiten en voor de verkoop van de Nederlandse en Tsjechische activiteiten nog €9 miljoen op komst is waarvan €3,5 miljoen in cash en €5,5 miljoen in aandelen Prodware. De bottomline is dat Prodware nog €1 miljoen kasgeld betaald plus €7 miljoen in aandelen Prodware, maar er zijn allerlei adders onder het gras en uitzonderingsbepalingen. Zodat Prodware altijd onder de overeenkomsten uit kon kruipen.
Zevenbergen en Brentjens hebben nooit goed uiteengezet waarom er zo plotseling een cash tekort kon ontstaan en zij plotseling tot koerswijziging en verkoop besloten in een traject van drie jaar dat Qurius weer boven jan moest krijgen op basis van een vorm van maatschappelijk en duurzaam ondernemen. Ook hebben zij de rol van NIBC bank nooit goed toegelicht. Het is onduidelijk waarom NIBC er ineens de stekker uit trok en niet achter de onderneming bleef staan. Zevenbergen claimt dat zijn hele beleid in het belang van de klant was, maar hij heeft feitelijk sinds 2010 het grootste deel van zijn management aandacht geschonken aan het onderzoeken van mogelijkheden tot schaalvergroting door verkoop aan of fusie met een branchegenoot. Dat licht hij 30 augustus zelf aan de aandeelhouders toe. Schaalvergroting was helemaal niet nodig om te overleven. Daar is winstgevende business van klanten voor nodig. Zevenbergen was met de verhandeling van de onderneming zelf bezig, niet met het van de grond en met de klant opnieuw opbouwen van de onderneming. Ook in de onderhandelingen met NIBC hebben Qurius en deze bank niet het onderste uit de kan gehaald.
NIBC klopt zich op de borst als opvolger van de Nationale Investeringsbank die in 1945 is opgericht om het Nederlandse bedrijfsleven te ondersteunen bij de strijd om te ontworstelen aan de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog en noemt zich de “bijzondere bank voor beslissende momenten”, maar is dat voor Qurius niet geweest. Qurius is in een nachtmerrie beland.
Adriaan Meij









