Gepubliceerd op: 23-05-2012
De Amerikaanse econoom Nouriel Roubini acht het hoogst waarschijnlijk dat Griekenland nog dit jaar of volgend jaar zijn schulden niet meer afbetaalt, failleert en de eurozone verlaat. Dat schrijft hij in een blog. Roubini is niet zomaar een econoom. In 2005 waarschuwde hij voor de val van de Amerikaanse huizenprijzen en de schok die dat zou toebrengen aan het financiële stelsel in de wereld. Toen wilde de financiële elite uit die tijd niet naar hem luisteren, nu is zijn expertise hartelijk welkom bij Centrale Banken en ministeries, maar zij doen er niets mee. Hij kan feilloos eenvoudig uitleggen waar de schoen wringt. Dat wil nog niet zeggen dat hij gelijk krijgt. Mijn wens is dat Griekenland in de eurozone blijft en dat de Europese solidariteit stand houdt. Of dat gebeurt wordt steeds meer een vraag.
Het uitstellen van de Griekse exit tot na de verkiezingen zal de groei en concurrentiekracht niet versterken wanneer een nieuwe regering zich moet committeren aan een variant van strenge bezuinigingen en structurele hervormingen. Griekenland zit in een vicieuze cirkel van insolvabiliteit, verloren concurrentiekracht, externe schulden en een steeds dieper gaande depressie, stelt Roubini. Hij ziet als enige manier om hieraan een einde te maken een ordelijk faillissement en exit uit de euro. Dat proces moet gecoördineerd en gefinancierd worden door de Europese Centrale Bank, de Europese Unie en het Internationale Monetaire Fonds (IMF). Doel daarvan is om de schade aan Griekenland en de rest van de eurozone zoveel mogelijk te beperken, vindt hij.
Roubini kijkt vanuit de VS naar het vraagstuk. Hij is in 1959 geboren in Turkije, komt uit een familie van Iraanse joden, is opgegroeid in Turkije en heeft een Amerikaans paspoort. Hij studeerde politieke economie in Milaan, promoveerde aan Harvard University in internationale economie en is nu hoogleraar economie aan de Universiteit van New York. Hij weet dus van wanten en kan met afstand en kritisch kijken naar wat er in Europa rondom de euro gebeurt.
Volgens hem geeft de recente herfinanciering van Griekenland het land veel minder schuldverlichting dan nodig is. Maar zelfs met meer verlichting zou Griekenland niet kunnen terugkeren naar groei zonder een snel herstel van de concurrentiekracht. En zonder groei blijft de schuldenlast onhoudbaar. Maar alle opties die de concurrentiekracht zouden herstellen vereisen een reële afwaardering van de valuta in Griekenland. Een afwaardering van de euro zelf zit er echter niet in gezien de Duitse kracht. Evenmin is een snelle verlaging van de arbeidskosten in Griekenland waarschijnlijk, waardoor de productiviteit kan toenemen. Duitsland had tien jaar nodig om zijn concurrentiekracht op die manier te herstellen. Griekenland kan niet tien jaar in een depressie blijven. Ook zou een snelle loon- en prijsdeflatie, een opgelegde interne devaluatie, leiden tot nog vijf jaar depressie, meent Roubini. Als geen van die opties uitvoerbaar is dan blijf alleen de weg naar verlaten van de eurozone open. Terugkeer naar de drachme met een snelle depreciatie van deze munt zou de concurrentiekracht en groei van Griekenland direct versterken.
Het betreft een traumatisch proces, met kapitaalverliezen voor banken in de eurozone en instorten van Griekse schulden. Roubini wijst erop dat dit in 2001 in Argentinië ook gebeurde en in de VS in 1933 toen de dollar 69% daalde en de gouden standaard werd opgeheven. Zo moet ook een implosie van het Griekse banksysteem voorkomen worden, gefinancierd door kapitaalinjecties door de Europese Unie (EFSF/ESM). In feite neemt de Europese belastingbetaler dan het Griekse banksysteem over. Het belangrijkste is volgens Roubini dat drachmatisering van Griekenland de groei direct herstelt, terwijl de handelsverliezen wel meevallen omdat Griekenland slechts 2% van het BBP van de eurozone uitmaakt.
Roubini meent dat deskundigen die claimen dat een Griekse exit besmettelijk is voor andere landen ook nog in de ontkenningsfase van de werkelijkheid zitten. De andere perifere landen hebben al met Griekenland vergelijkbare problemen van afgesleten concurrentiekracht en onhoudbaarheid van schulden. Portugal moet misschien ook zijn schuld herstructureren en uit de euro. Illiquide, maar potentieel solvabele economieën zoals Italië en Spanje hebben hulp nodig, ongeacht de vraag of Griekenland opstapt. Als er geen liquiditeitssteun komt kan er ook een run op Italiaanse en Spaanse banken komen, meent Roubini. Samen zijn de economieën van Italië en Spanje even groot als de Duitse economie, maar zij betalen nu meer dan 6% rente op tienjarige leningen, tegen Duitsland minder dan 2%. Bij die toprente groeien de schulden alleen maar en beide landen moeten op korte termijn bijna 1000 miljard euro herfinancieren tegen misschien nog hogere rente dat die landen nog verder achteruit zet. Daarom is er een Europese buffer nodig van veel meer dan de huidige maximale 700 miljard euro. Er moet dan gedacht worden in termen van 2000 miljard euro. Dan zou een ring gelegd kunnen worden om de schulden van die landen. Ongeacht van wat er in Griekenland gebeurt is een dergelijke buffer nodig.
Roubini argumenteert dat de ervaring van IJsland en veel opkomende landen in de voorbije twee decennia leert dat een munt depreciatie en herstructurering en vermindering van buitenlandse schulden de houdbaarheid van schulden kan herstellen door meer concurrentiekracht en groei. De schade is groot maar kan binnen de perken worden gehouden. Net zoals in een slecht huwelijk is het beter om regels te hebben voor de onvermijdelijke scheiding om extra kosten voor beide partijen te voorkomen. Een ordelijke exit van Griekenland uit de euro veroorzaakt flinke economische pijn, maar toekijken bij de langzame, wanordelijke implosie van de Griekse economie en samenleving is veel erger, aldus Roubini.
Feit is echter dat de politieke tendens in de meeste Europese landen steeds meer neigt naar het beschermen van het eigen belang. Ook in Nederland. De noordelijke landen hebben financieel enorm geprofiteerd van het gegeven dat de zuidelijke landen steeds meer op krediet kochten en deden daar toen niets aan, maar nu zij de rekening in Europees verband gepresenteerd krijgen is de geneigdheid om de Europese familie in verband te houden ver te zoeken. Deze tendens, gecombineerd met politieke besluiteloosheid en economische analyse wijst erop dat verdere ontwrichting van de eurozone steeds dichterbij komt. Het concept van een politiek verenigd Europa in één munt is niet bestand tegen de verschillen die zichtbaar worden in een fase van financiële- en economische malaise. Het is niet mijn marsroute. Mijn stip op de horizon is een politiek democratisch gecontroleerde Europese Unie met een euro, maar het lijkt steeds meer een droom.